Economie
Boetes tot aan het faillissement: hoe een goedbedoelde maatregel KMO’s vernietigt
Vanaf 2027 riskeren Belgische ondernemingen boetes tot 400.000 euro bij obstructie van de Economische Inspectie. Maar de nieuwe regel treft ook KMO’s die te goeder trouw handelen of met administratieve problemen kampen. Een buitenproportionele maatregel die faillissementen in de hand werkt.
België heeft er opnieuw een wondermiddel bij om problemen op te lossen: nog hogere boetes voor ondernemingen. Vanaf volgend jaar riskeren bedrijven die onvoldoende of niet tijdig meewerken met de Economische Inspectie sancties die kunnen oplopen tot 400.000 euro. Een onderneming die fraude pleegt, consumenten bedriegt of een onderzoek saboteert, moet natuurlijk worden aangepakt. Een rechtsstaat kan immers niet functioneren wanneer bedrijven de wet weigeren na te leven.
Maar tussen handhaving en buitenproportionele repressie ligt een wereld van verschil. Volgens minister van Consumentenbescherming Rob Beenders is de maatregel vooral bedoeld voor grote ondernemingen die onderzoeken zouden vertragen. Alleen staat er nergens in de wet dat het uitsluitend over grote ondernemingen gaat. Ook KMO’s vallen hieronder.
Voor een kleine of middelgrote Belgische onderneming kan een boete van 400.000 euro het faillissement betekenen. Een KMO beschikt niet over een juridische afdeling of gespecialiseerde administratieve medewerkers. In veel Belgische kmo’s is het de zaakvoerder zelf die na zijn gewone werkuren de administratie doet: facturen, btw, personeelsadministratie, sociale wetgeving, milieuverplichtingen, verzekeringen, documenten, formulieren, fiscale aangiften en steeds nieuwe rapporteringsverplichtingen. Een foutje is zo gemaakt, en dan dreigt er een boete die het bedrijf de das omdoet.
De weg ligt open voor buitenproportioneel misbruik. Werkgeversorganisatie Voka heeft terecht gewaarschuwd dat zulke hoge sancties bijzonder ingrijpend zijn. Er is een duidelijk onderscheid nodig tussen moedwillige obstructie en bedrijven die te goeder trouw handelen of met reële administratieve problemen kampen. Want wat is een ‘geldige reden’? Wie beslist daarover? Wanneer wordt een administratieve vertraging beschouwd als obstructie? Hoeveel tijd krijgt een onderneming om honderden documenten te verzamelen? Hoe wordt gegarandeerd dat de sanctie in verhouding staat tot de financiële draagkracht van het bedrijf?
De Economische Inspectie beschikt vandaag al over een heel arsenaal aan mogelijkheden. Bij vastgestelde inbreuken kan zij onder meer waarschuwen, regularisatie vragen, een dossier aan het parket bezorgen, een transactie voorstellen of een administratieve geldboete opleggen.
Dat proportionaliteitsbeginsel zou bij deze nieuwe regeling centraal moeten staan. Dezelfde boete kan voor de ene een speldenprik zijn en voor de andere een doodvonnis. Daarom zou de wetgever veel duidelijker moeten bepalen dat de zwaarste sancties uitsluitend kunnen worden gebruikt bij bewezen, herhaaldelijke en moedwillige obstructie. Voor gewone administratieve fouten of beperkte vertragingen moet eerst worden gewerkt met waarschuwingen, redelijke hersteltermijnen en proportionele sancties.
Het doel van de Economische Inspectie moet uiteindelijk zijn dat ondernemingen de regels naleven, niet dat KMO’s worden vernietigd. We mogen ook niet vergeten wie uiteindelijk de rekening betaalt wanneer een gezonde kmo failliet gaat. Niet alleen de ondernemer verliest zijn bedrijf. Werknemers verliezen ook hun baan. Leveranciers verliezen een klant. Schuldeisers verliezen geld. De overheid verliest belastingen en sociale bijdragen.
België heeft nood aan een sterke overheid die fraudeurs en malafide ondernemingen kordaat aanpakt. Maar we hebben minstens evenveel nood aan een overheid die begrijpt hoe een normale onderneming functioneert. Een boete mag een straf zijn, maar geen vonnis tot faillissement.
De praktijk: hoe de nieuwe regels KMO’s kunnen vernietigen
Stel je voor: een kleine aannemer die na een drukke zomerperiode de btw-aangifte net iets te laat indient. Of een lokale winkelier die per ongeluk een factuur niet correct heeft gecodeerd. Beide gevallen kunnen leiden tot een onderzoek door de Economische Inspectie. Als de inspectie concludeert dat er sprake is van ‘onvoldoende medewerking’, kan de boete al snel oplopen tot 400.000 euro. Voor een bedrijf met een jaaromzet van 500.000 euro is dat een directe dreiging met faillissement.
De nieuwe regels geven de inspectie ook ruimte om sancties op te leggen zonder voorafgaande waarschuwing. Een ondernemer die in de war is door de complexe administratieve verplichtingen, kan zo ongemerkt in een valkuil stappen. De overheid spreekt over ‘handhaving’, maar de praktijk leert dat administratieve fouten vaak het gevolg zijn van onduidelijke wetgeving of gebrek aan begeleiding.
Wat moet er veranderen?
De wetgever moet dringend duidelijkheid scheppen. Hieronder een overzicht van de belangrijkste aanpassingen die nodig zijn om de nieuwe regels rechtvaardig te maken:
- Een strikte definitie van ‘obstructie’ die alleen geldt bij bewezen, herhaaldelijke en opzetlijke weigering om mee te werken;
- Een verplichte waarschuwing voorafgaand aan elke sanctie, met een redelijke termijn voor herstel;
- Een proportionaliteitsbeginsel dat rekening houdt met de omvang en financiële draagkracht van het bedrijf;
- Een duidelijke procedure voor beroep, waarbij ondernemers hun zaak kunnen uitleggen zonder direct geconfronteerd te worden met een torenhoge boete;
- Meer begeleiding en voorlichting voor KMO’s, zodat ze weten welke verplichtingen ze hebben en hoe ze die correct kunnen nakomen.
De Economische Inspectie doet belangrijk werk, maar haar bevoegdheden moeten in balans zijn met de realiteit van de Belgische ondernemers. Een overheid die alleen maar boetes uitdeelt zonder oog te hebben voor de gevolgen, is geen sterke overheid. Het is een overheid die haar eigen burgers en bedrijven in de steek laat.
Wie betaalt de rekening?
Als een gezonde KMO failliet gaat door een buitenproportionele boete, zijn de gevolgen niet alleen financieel. Een faillissement raakt tientallen mensen: de ondernemer zelf, zijn gezin, zijn werknemers, zijn leveranciers en zijn klanten. De overheid verliest niet alleen belastingen en sociale bijdragen, maar moet ook vaak bijspringen met steunmaatregelen voor de getroffen werknemers.
In plaats van een systeem dat KMO’s vernietigt, zou de overheid moeten investeren in preventie. Denk aan eenvoudigere administratieve procedures, betere begeleiding en een cultuur van samenwerking in plaats van repressie. Een overheid die begrijpt dat ondernemerschap niet alleen gaat over winst maken, maar ook over risico’s nemen en fouten maken, is een overheid die werkt voor iedereen.
Bronnen
- Business AM, 18 augustus 2026, Bedrijven riskeren tot 400.000 euro boete als ze Economische Inspectie tegenwerken.
- FOD Economie, richtlijnen betreffende de bevoegdheden en sanctiemogelijkheden van de Economische Inspectie.
- FOD Economie, gepubliceerde administratieve sanctiebeslissing waarin bij de sanctionering rekening wordt gehouden met de omvang van een kleine onderneming.
Reacties 0
Reageren kan als abonnee. Log in met uw e-mailcode of word abonnee.
Nog geen reacties. Wees de eerste om te reageren.