Nieuws en opiniestukken
Laatste
Hebben we Europa uitgegeleverd aan China? Chat Control 2.0: België opnieuw de brave leerling van Europa Chat Control 2.0: België op het punt van een privacycrisis Crevits en Diependaele ziek tijdens begrotingsbesprekingen
De politieke taboes in België: waarom kritische vragen zo snel leiden tot morele veroordeling Binnenland
Foto: W. Vander Cruyssen

De politieke taboes in België: waarom kritische vragen zo snel leiden tot morele veroordeling

Wie kritisch durft te zijn over het koningshuis, zwart geld, flexijobs of de omvang van de overheid, wordt al snel als extremist bestempeld. Terwijl juist die vragen nodig zijn voor een gezond debat. (279 tekens)

Deel dit artikel: Facebook X E-mail

Wie regelmatig over politiek schrijft, ontdekt vroeg of laat dat lang niet alles bespreekbaar is. We houden onszelf graag voor dat we in een open samenleving leven waarin iedere politieke overtuiging ter discussie mag worden gesteld. Maar in de praktijk hebben politiek en media een reeks heilige huisjes gecreëerd.

Over bepaalde onderwerpen kun je nauwelijks nog een kritische vraag stellen zonder dat de discussie onmiddellijk ontspoort. In plaats van het argument te beantwoorden, begint men onmiddellijk aan te vallen. Nog merkwaardiger is dat lezers je vervolgens standpunten toeschrijven die je nergens hebt ingenomen.

Het koningshuis: een onbespreekbaar onderwerp

Ik ben niet tegen de monarchie, maar waarom zou het koningshuis buiten iedere begrotingsinspanning moeten vallen? Wanneer van werknemers, zelfstandigen, ondernemingen, ambtenaren en gepensioneerden inspanningen worden gevraagd, moet minstens de vraag kunnen worden gesteld waarom ook de koninklijke dotaties niet tijdelijk kunnen worden bevroren of verminderd. Zelfs het voorstellen van een bevriezing leidt bij sommigen tot verontwaardiging. Alsof kritiek op de kostprijs van een instelling hetzelfde is als de afschaffing ervan eisen.

Binnen het koningshuis is de figuur van Leopold II ook een taboe op zich. Daarover genuanceerd spreken binnen een historisch kader is quasi onmogelijk.

Zwart geld: een gevoelig thema

Ook over zwart geld en de zwarte economie spreken, blijkt bijzonder gevoelig. Uiteraard is zwartwerk illegaal en moet fiscale fraude worden bestreden. Maar dat betekent niet dat we niet meer wetenschappelijk mogen onderzoeken hoe groot de zwarte economie vandaag nog is en hoe ze evolueert. Onze economie is de afgelopen twintig jaar enorm veranderd. We betalen steeds minder cash, steeds meer transacties verlopen elektronisch, banken rapporteren meer, databanken worden gekoppeld, fiscale controles worden geautomatiseerd en elektronische facturatie maakt economische transacties steeds beter traceerbaar.

Het is daarom volkomen legitiem te onderzoeken en nadien te beweren dat traditionele vormen van zwart geld verminderen en dat dit mee verklaard wordt waarom fiscale regularisaties minder opbrengen dan vroeger. Alleen al die hypothese formuleren wordt door sommigen geïnterpreteerd als een verdediging van zwartwerk.

Flexijobs: nuttig of een taboe?

Flexijobs vormen een ander voorbeeld. Waarom mag je niet zeggen dat flexijobs voor bepaalde groepen en sectoren bijzonder nuttig kunnen zijn? Een gepensioneerde die graag nog enkele uren per week werkt en daarmee zijn pensioen aanvult, een restaurant dat op zaterdagavond extra personeel nodig heeft of een sector die nauwelijks werknemers vindt: waarom zouden we daar geen flexibele oplossingen voor mogen bedenken?

Dat betekent helemaal niet dat iedere reguliere arbeidsovereenkomst vervangen moet worden door een flexijob. Toch wordt het debat opnieuw onmiddellijk in extremen gevoerd. Ofwel ben je tegen flexijobs, ofwel zou je volgens de tegenstanders iedereen tot goedkope flexi-arbeid willen dwingen. De enorme ruimte tussen beide standpunten verdwijnt.

Een overheid die te groot, te complex en te duur is geworden

Maar misschien is een van de grootste Belgische taboes wel de vaststelling dat onze overheid te groot, te complex en te duur is geworden. Ook die zin volstaat om sommige mensen bijzonder kwaad te maken. Dan ben je plots tegen ambtenaren, tegen openbare dienstverlening, tegen onderwijs, tegen eigen energie- en watervoorziening, tegen de gezondheidszorg en ook nog tegen de sociale zekerheid.

Ik vind betaalbaar onderwijs en een toegankelijke gezondheidszorg juist essentiële kerntaken van onze overheid. Maar precies daarom moeten we durven vragen hoeveel middelen verloren gaan aan structuren die weinig met die kerntaken te maken hebben. Heeft een land van nog geen twaalf miljoen inwoners werkelijk zoveel regeringen, parlementen, ministers, kabinetten, administraties, agentschappen, adviesorganen en overlappende bevoegdheden nodig?

Een sterke overheid hoeft helemaal geen grote overheid te zijn. Een sterke overheid is in de eerste plaats een efficiënte overheid die haar middelen concentreert op wat werkelijk belangrijk is.

Pensioenen van hoge ambtenaren: een onbespreekbaar thema

Hetzelfde taboe verschijnt zodra de pensioenen van bepaalde hoge ambtenaren ter sprake komen. Wie durft te zeggen dat sommige van de hoogste overheidspensioenen bijzonder duur kunnen uitvallen, krijgt soms onmiddellijk verwijten naar het hoofd.

Kritiek op de hoogste ambtenarenpensioenen betekent helemaal niet dat je het pensioen van de doorsnee leerkracht, verpleegkundige, politieman of administratief medewerker wilt afpakken. De werkelijke vraag is veel eenvoudiger: zijn uitzonderlijk hoge pensioenrechten binnen bepaalde overheidsstatuten in een land met structurele begrotingstekorten nog verantwoord, en kunnen de verschillen met werknemers en zelfstandigen nog voldoende worden gerechtvaardigd?

Verworven rechten: een taboe dat hervormingen blokkeert

Hetzelfde geldt voor verworven rechten in het algemeen. In België lijkt een voordeel dat lang genoeg bestaat uiteindelijk bijna een natuurrecht te worden. Vanaf dat ogenblik wordt iedere hervorming voorgesteld als een aanval. Maar onze samenleving verandert. Mensen leven langer, loopbanen veranderen, onze bevolking vergrijst en de verhouding tussen actieven en gepensioneerden evolueert.

Een pensioenstelsel dat tientallen jaren geleden werd ontworpen, moet dus voortdurend aan nieuwe demografische en economische omstandigheden kunnen worden aangepast. Dat is geen aanval op gepensioneerden. Wie het pensioenstelsel duurzaam wil behouden, moet juist durven hervormen.

Langdurige arbeidsongeschiktheid en automatische loonindexering

Ook langdurige arbeidsongeschiktheid is zo’n gevoelig onderwerp. Een degelijke sociale zekerheid moet twee opdrachten tegelijkertijd vervullen: mensen beschermen die werkelijk niet meer kunnen werken én mensen die nog arbeidsmogelijkheden hebben helpen terugkeren naar de arbeidsmarkt. Ook de automatische loonindexering mag nauwelijks kritisch worden onderzocht. Maar dat betekent niet dat we niet mogen onderzoeken wat een snelle stijging van onze loonkosten betekent voor ondernemingen die internationaal moeten concurreren. Politiek zou precies moeten gaan over het zoeken naar een evenwicht tussen beide.

Subsidies: waarom evalueren we niet systematisch het rendement?

Hetzelfde geldt voor subsidies. Iedere subsidie heeft vanzelfsprekend een begunstigde die er alle belang bij heeft dat ze blijft bestaan. Maar iedere euro subsidie moet eerst ergens anders worden verdiend. Waarom vragen we dan niet systematisch welk economisch of maatschappelijk rendement een subsidie oplevert? Hoeveel duurzame banen worden ermee gecreëerd? Bestaat er een goedkopere manier om hetzelfde doel te bereiken? En wanneer stopt de subsidie? Een tijdelijke steunmaatregel die nooit wordt geëvalueerd, verandert vroeg of laat in een eeuwigdurend verworven recht.

Winst is geen vies woord

Werknemers, zelfstandigen, leerkrachten, zorgverleners, onderzoekers en ambtenaren vervullen allemaal belangrijke functies. Maar zonder ondernemingen, investeringen, productie, handel, arbeid en economische toegevoegde waarde ontstaat onvoldoende belastbare welvaart om onze overheid en sociale zekerheid te financieren. Winst is daarom geen vies woord.

De arbeidsparticipatie van nieuwkomers en mensen met rijkdom

De arbeidsparticipatie van nieuwkomers is ook zo’n taboe. Men moet uiterst voorzichtig het onderwerp benaderen om niet als een extremist bestempeld te worden. Mensen met enige rijkdom is ook een taboe. Ze zijn voor bepaalde politieke partijen en bepaalde media verdacht. Ook al hebben zij of hun ouders zich kapot gewerkt om deze welvaart te vergaren. Een sterke verzorgingsstaat heeft nood aan een sterke private economie en heeft succes, rijkdom en welvaart nodig om haar te financieren.

Bart De Wever: een taboe in wording

En tegenwoordig blijkt zelfs de figuur Bart De Wever een taboe te worden. Alleen al de vraag stellen of hij als premier wel goed bezig is, leidt bij sommige lezers tot extreme reacties. Ik beschouw Bart De Wever als een van de intelligentste en analytisch sterkste politici die België de afgelopen decennia heeft gekend. Maar een premier moet uiteindelijk worden beoordeeld op resultaten.

Een democratie heeft kritische burgers nodig die iedere politicus en elk beleid op zijn resultaten beoordelen. En daar ligt volgens mij een verantwoordelijkheid van de media en bepaalde politieke partijen. Door jarenlang bepaalde onderwerpen binnen vaste morele kaders te behandelen, zijn er geleidelijk taboes ontstaan. Sommige standpunten worden als vanzelfsprekend redelijk beschouwd, andere krijgen al snel een moreel etiket. Daardoor gaat het debat niet langer uitsluitend over de inhoud. Wie buiten het aanvaarde kader redeneert, moet zich soms eerst verdedigen voordat er überhaupt over zijn argument wordt gesproken.

Media moeten ruimte creëren voor feiten en tegenspraak

Media hun belangrijkste democratische functie blijft juist ruimte creëren voor feiten, argumenten en tegenspraak. Niet bepalen welke vragen mensen nog mogen stellen. Niet alles is nog bespreekbaar in dit land zonder uiteindelijk bij platte verwijten terecht te komen. Zo maak je elk debat onmogelijk.

Democratie betekent juist dat niets en niemand boven kritiek staat. We moeten opnieuw leren discussiëren zonder elkaar onmiddellijk te veroordelen. Bestrijd cijfers als ze fout zijn. Geef betere cijfers. Bestrijd argumenten als ze niet kloppen. Geef betere argumenten. Daarvoor dient een publiek debat.

Een samenleving waarin bepaalde vragen niet meer gesteld mogen worden, zal uiteindelijk ook geen nieuwe antwoorden meer vinden. En België heeft vandaag meer dan ooit nieuwe antwoorden nodig.

Bronnen

  • OESO, Taxing Wages en economische analyses België;
  • Europese Commissie, economische en budgettaire vooruitzichten voor België;
  • FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, regelgeving flexi-jobs;
  • Federale Pensioendienst en FOD Sociale Zekerheid, Belgische pensioenstelsels;
  • FOD Financiën, fiscale regularisatie en fiscale regelgeving;
  • Federale Regering/FOD Kanselarij, pensioen- en arbeidsmarkthervormingen.

Reacties 0

Reageren kan als abonnee. Log in met uw e-mailcode of word abonnee.

Nog geen reacties. Wees de eerste om te reageren.