Economie
Het povere sociale vangnet voor zelfstandigen: een onrechtvaardig systeem
Zelfstandigen betalen jarenlang sociale bijdragen, maar krijgen bij ziekte of stopzetting nauwelijks iets terug. Een onaanvaardbare achterstelling die het systeem zelf ondermijnt.
Ik ben mijn hele professionele leven zelfstandige geweest. Eerst als stagiair in Zeebrugge, zonder echt loon, alleen een onkostenvergoeding. Daarna startte ik mijn eigen vastgoedkantoor in Dendermonde en Wetteren. Als jonge ondernemer werkte ik tegen een basisvergoeding, zonder kapitaal, zonder zekerheid en zonder enig vangnet. Alleen hard werken telde.
Door zeven dagen per week te werken, bouwde ik mijn bedrijf stap voor stap uit. Mijn medewerkers werden altijd minstens even goed betaald als ikzelf. Hun lonen, vakantiegeld, sociale bijdragen en werkgeversbijdragen moesten iedere maand worden voldaan, ongeacht de omzet. Dat is de verantwoordelijkheid die een ondernemer opneemt.
Op kerstavond 24 december 2007 veranderde mijn leven. Bij mij werd een hersentumor vastgesteld. Daarna volgde een eerste hersenoperatie. De tumor bleef terugkomen, en op 12 december 2012 onderging ik een tweede operatie. Zes jaar later volgden opnieuw een operatie en bestralingen. Sindsdien is mijn hypofyse zwaar beschadigd. Ik heb dagelijks inspuitingen en medicatie nodig.
Ik ben dankbaar dat onze gezondheidszorg zo degelijk functioneert. Zonder de artsen, verpleegkundigen, medische technologie en sociale zekerheid was mijn situatie heel anders geweest. Juist daarom verzet ik mij tegen misbruik en excessen. Wie een sociaal systeem wil behouden voor mensen die het werkelijk nodig hebben, moet durven optreden tegen wie het misbruikt.
Misbruik bestrijden, maar rechtvaardigheid niet vergeten
Wanneer ik daarover schrijf, verwijten sommigen mij harteloosheid. Alsof kritiek op misbruik hetzelfde zou zijn als kritiek op zieken. Het tegendeel is waar. Ik weet uit eigen ervaring wat ernstige ziekte betekent. Precies daarom vind ik het onaanvaardbaar dat schijnzieken, gemakzucht en onvoldoende controle de middelen opsouperen die bestemd zijn voor echte patiënten.
Ik ben ook bang voor de zoveelste verkeerde ingreep van minister Frank Vandenbroucke. Zijn neiging om de gezondheidszorg steeds meer centraal te sturen, te controleren en te reglementeren, verdient waakzaamheid. Onze gezondheidszorg heeft behoefte aan efficiëntie, medische vrijheid voor zelfstandige artsen en niet aan steeds meer bureaucratie en wantrouwen tegenover wie hard werkt.
Een zelfstandige is voor de sociale zekerheid geen echt gezinshoofd
Toen ik in 2019 door mijn gezondheid uitviel, ontving ik ongeveer 35 euro per dag. Ik had een gezin, kinderen, een onderneming en vaste kosten, maar voor de ziekteverzekering was ik geen persoon ‘met gezinslast’. Omdat mijn echtgenote een eigen inkomen had, werd ik juridisch als samenwonende beschouwd.
In 2019 bedroeg de ziekte-uitkering voor een samenwonende zelfstandige €37,35 bruto per dag. Dat kwam neer op ongeveer €971 bruto per maand. Een zelfstandige kon jarenlang bijdragen betalen, personeel tewerkstellen en belastingen afdragen, maar na een hersentumor terugvallen op minder dan duizend euro bruto per maand.
Het begrip ‘gezinslast’ heeft in deze regeling weinig te maken met wie in werkelijkheid de financiële verantwoordelijkheid voor het gezin draagt. De inkomsten van de partner zijn doorslaggevend. Dat men kinderen heeft, een lening moet afbetalen, personeel tewerkstelt of de belangrijkste kostwinner is, verandert daar nauwelijks iets aan.
Sindsdien zijn de bedragen geïndexeerd en verhoogd. Vanaf 1 maart 2026 krijgt een samenwonende zelfstandige tijdens het eerste ziektejaar €49,29 bruto per dag, of ongeveer €1.282 per maand. Wie na één jaar invalide wordt en zijn onderneming volledig stopzet, ontvangt als samenwonende €55,10 per dag, ongeveer €1.433 bruto per maand.
Dat blijft een armtierige forfaitaire vergoeding. Of de zelfstandige vóór zijn ziekte sociale bijdragen betaalde, maakt nauwelijks verschil.
Een werknemer bevindt zich in een gunstiger positie. Een gewone bediende behoudt tijdens de eerste dertig dagen arbeidsongeschiktheid in principe zijn volledige loon. Nadien bedraagt de ziekte-uitkering doorgaans 60 procent van het begrensde brutoloon. Bij een zelfstandige bestaat geen gewaarborgd loon en wordt de uitkering niet werkelijk gekoppeld aan het vroegere beroepsinkomen. Dat is een fundamentele achterstelling.
Geen werkloosheidsuitkering na jarenlang zelfstandig werken
Wie negen jaar als werknemer werkt en zijn baan verliest, heeft onder de geldende voorwaarden toegang tot de werkloosheidsverzekering. Wie negen jaar als zelfstandige werkt, iedere maand sociale bijdragen betaalt en vervolgens zijn activiteit moet stopzetten, heeft geen recht op werkloosheidsuitkeringen.
Zelfstandige activiteit bouwt geen werkloosheidsrechten op. Niet na negen jaar, niet na twintig jaar en niet na veertig jaar. Er bestaat een overbruggingsrecht, maar dat is beperkt in de tijd en alleen toegankelijk in specifieke omstandigheden zoals een faillissement, economische moeilijkheden of een gedwongen onderbreking. Het is geen volwaardige werkloosheidsverzekering.
Wie definitief ziek wordt, moet hopen dat hij als invalide erkend blijft. Wordt die erkenning geweigerd of ingetrokken, dan bestaat er geen automatisch recht op werkloosheid. Na tientallen jaren bijdragen kan men tussen alle systemen vallen.
Ik heb zelf gekozen om te blijven werken zolang ik dat aankan. Ik draag nog iedere maand sociale bijdragen voor mezelf af. Daarnaast betaalt mijn onderneming werkgeversbijdragen voor mijn medewerkers. Ik vraag geen voorkeursbehandeling. Ik vraag alleen dat zelfstandigen die jarenlang verantwoordelijkheid opnemen op een rechtvaardige manier worden beschermd wanneer het noodlot toeslaat.
Een zelfstandig pensioen kan lager zijn dan het leefloon
Een zelfstandige kan na een lange maar onvolledige loopbaan een wettelijk pensioen ontvangen dat lager ligt dan het inkomen dat de overheid garandeert aan iemand die nooit heeft gewerkt.
Vanaf 1 maart 2026 kan een alleenstaande zonder voldoende bestaansmiddelen maximaal €1.611,96 per maand ontvangen. Het gewaarborgde minimumpensioen voor een zelfstandige bedraagt bij een volledige loopbaan van 45 jaar €1.844,93 bruto per maand. Maar dat bedrag wordt verminderd volgens de loopbaanduur. Na dertig loopbaanjaren blijft theoretisch ongeveer €1.230 bruto per maand over. Dat is bijna €400 minder dan voor een alleenstaande die nooit werkte.
Iemand die gedurende een groot gedeelte van zijn loopbaan werkloos was, kon vroeger pensioenrechten opbouwen. Daardoor kan het pensioen van iemand die jarenlang heeft ‘gestempeld’ hoger uitvallen dan dat van een zelfstandige die jarenlang heeft gewerkt, geïnvesteerd en bijdragen betaald.
De boodschap is pervers. Wie niets opbouwde, wordt beschermd. Wie werkte, risico nam en vermogen vormde, moet steeds zijn eigen reserves aanspreken.
Solidariteit kan niet zonder rechtvaardigheid
Ik wil dat iedereen gelukkig kan zijn en zich volgens zijn eigen mogelijkheden kan ontplooien. Ik wil geen samenleving waarin zieken, mensen met een handicap of slachtoffers van tegenslag aan hun lot worden overgelaten. Maar ik wil evenmin een staat die werken ontmoedigt, verantwoordelijkheid bestraft en zelf gekozen werkloosheid aantrekkelijker maakt.
Er is een wezenlijk verschil tussen mensen die niet kunnen werken en mensen die wel kunnen werken maar dat bewust weigeren. Een rechtvaardige sociale zekerheid moet het eerste beschermen en het tweede niet belonen.
Zelfstandigen moeten daarom een ziekte-uitkering krijgen die gekoppeld is aan hun betaalde bijdragen en vroegere beroepsinkomen. Na een voldoende lange zelfstandige loopbaan moet er ook een degelijk vangnet bestaan bij onvrijwillige stopzetting.
Zelfstandigen zijn geen fiscale citroenen die men tijdens hun actieve leven mag uitpersen, bij ziekte met een aalmoes afschepen, bij stopzetting zonder werkloosheidsrechten achterlaten en na hun pensioen opnieuw bestraffen omdat zij iets hebben opgebouwd.
Zonder zelfstandigen zijn er geen ondernemingen, geen werknemers, geen innovatie en uiteindelijk ook geen sociale bijdragen om de verzorgingsstaat te financieren. Wie het sociale systeem werkelijk wil redden, moet daarom niet alleen misbruik bestrijden. Hij moet ook respect tonen voor alle mensen die het systeem iedere dag financieren.
Bronnen
- RIZIV, Arbeidsongeschiktheid en invaliditeit bij zelfstandigen en officiële dagbedragen 2019 en 2026.
- Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen, Ziekte en invaliditeit, Gelijkstelling wegens ziekte en Pensioenen voor zelfstandigen.
- Federale Pensioendienst, Gewaarborgd minimumpensioen en Inkomensgarantie voor Ouderen, bedragen vanaf 1 maart 2026.
- FOD Werkgelegenheid, Gewaarborgd loon bij ziekte of ongeval voor werknemers.
- Sociale Zekerheid, Zelfstandigen in moeilijkheden, Overbruggingsrecht en Werkloosheidsrechten na zelfstandige activiteit.
- Algemeen Beheerscomité voor het Sociaal Statuut der Zelfstandigen, verslag over arbeidsongeschikte zelfstandigen, 2019.
- Knack, “Leven en werken van Frank Vandenbroucke”, 24 september 2011.
Reacties 0
Reageren kan als abonnee. Log in met uw e-mailcode of word abonnee.
Nog geen reacties. Wees de eerste om te reageren.