Binnenland
Politieke verantwoordelijkheid: waarom premiers straffeloos slecht beleid kunnen voeren
Een bedrijfsleider die zijn onderneming failliet laat gaan, moet verantwoording afleggen. Waarom kan een eerste minister dat niet, zelfs niet na decennialang wanbeleid dat miljarden aan schulden veroorzaakt? Ons grondwettelijk systeem faalt, en de rekening belandt bij de belastingbetaler.
Een bedrijfsleider die zijn onderneming financieel ten gronde richt, kan aansprakelijk worden gesteld. Hij kan voor de rechter verschijnen en zijn persoonlijke verantwoordelijkheid is duidelijk. Een eerste minister daarentegen kan beleid voeren dat de overheidsfinanciën voor jaren ontwricht, miljarden aan toekomstige lasten creëert en zijn opvolgers met een financiële kater opzadelt – terwijl zijn persoonlijke verantwoordelijkheid beperkt blijft tot verkiezingen of een slecht hoofdstuk in de geschiedenisboeken.
Is dat politiek nog verantwoord?
Onze Grondwet is nochtans duidelijk. Artikel 101 bepaalt: "De ministers zijn verantwoordelijk tegenover de Kamer van volksvertegenwoordigers." Artikel 102 voegt eraan toe dat zelfs een bevel van de Koning een minister niet van zijn verantwoordelijkheid kan ontheffen. Artikel 103 maakt duidelijk dat ministers voor misdrijven gepleegd tijdens de uitoefening van hun ambt wel degelijk kunnen worden berecht.
Wanbeleid zonder gevolgen
Natuurlijk, slecht politiek beleid is nog geen misdrijf. Een premier kan miljarden verkeerd besteden, een verkeerde economische strategie volgen of de begroting laten ontsporen zonder daarmee een strafwet te overtreden. Maar de gevolgen zijn desastreus. Kijk naar de jaren zeventig. De regering-Leburton trad aan in januari 1973, vlak voor de eerste oliecrisis. Onder premier Leburton werd een politieke cultuur gevoerd met een uitdijende overheid, peperdure politieke compromissen, financiële excessen en weinig of geen structurele verbeteringen.
Volgens het IMF stegen de Belgische overheidsuitgaven van minder dan 33% van het bbp in 1965 tot 55,3% in 1982. De begrotingstekorten bedroegen tussen 5% en 14% van het bbp. De staatsschuld werd vervolgens een molensteen rond de nek van meerdere generaties Belgen. De OESO stelde later vast dat de Belgische bruto-overheidsschuld in de jaren zeventig ongeveer verdrievoudigde.
Niemand heeft zich ooit hiervoor moeten verantwoorden.
Twintig jaar later kregen we onder Guy Verhofstadt een premier die begrotingen opsmukte met eenmalige maatregelen, die tot op heden ons al tientallen miljarden aan gevolgschade hebben bezorgd. Het IMF somde de niet-structurele maatregelen op: verkoop van grond en gebouwen, UMTS-opbrengsten, verkoop goudvoorraden, verkoop van het Belgacom-pensioenfonds, verschuivingen van ontvangsten en uitgaven en sale-and-leasebackoperaties van overheidsgebouwen, verkoop aandelen Electrabel aan Franse Suez. Het IMF waarschuwde toen al dat sommige van die verkopen later aanzienlijke uitgaven zouden veroorzaken. Een begroting kan op papier mooi ogen terwijl bijkomende miljarden uitgaven naar de toekomst worden verschoven. De politicus oogst vandaag het applaus, de belastingbetaler krijgt jaren later een gigantische factuur.
Maar ook Verhofstadt werd daarvoor nooit ter verantwoording geroepen.
Geen juridische aansprakelijkheid in België
Ons grondwettelijk systeem beschikt over bijzonder weinig mechanismen waarmee een regeringsleider achteraf persoonlijk verantwoording kan afleggen voor aantoonbare foutieve beleidsbeslissingen. Vergelijk dat met Frankrijk. De politieke top blijkt er wel degelijk juridisch aanspreekbaar. Alain Juppé, voormalig premier, werd veroordeeld in de affaire rond fictieve banen. François Fillon werd definitief veroordeeld wegens verduistering van publieke middelen. Zijn uiteindelijke straf bedroeg vier jaar gevangenisstraf met uitstel, een boete van €375.000 en vijf jaar onverkiesbaarheid.
Natuurlijk kan je hier argumenteren dat het over misdrijven ging. Maar zelfs bij misdrijven worden onze toppolitici amper veroordeeld. Denken we maar aan het Agustaschandaal, waar de bekendste politici quasi vrijuit gingen. Meer nog, sindsdien wordt in dit land met miljoenen partijdotaties gesmeten. Het verschil zit in onze politieke cultuur van verantwoordelijkheid.
In België betekent "politieke verantwoordelijkheid" al te vaak dat iemand in de Kamer een paar moeilijke vragen krijgt, een uitleg geeft, naar zijn coalitiepartners wijst en vervolgens gewoon verdergaat zolang zijn meerderheid hem ondersteunt. De Grondwet zegt dat ministers verantwoordelijk zijn tegenover de Kamer, maar wanneer de meerderheid dezelfde meerderheid is die de regering overeind moet houden, is die verantwoordelijkheid enkel theoretisch.
Bart De Wever en de illusie van onkwetsbaarheid
De Wever is sinds 3 februari 2025 eerste minister. Wanneer de begroting ontspoort, wanneer hervormingen onvoldoende opleveren en de schuld verder stijgt, wordt De Wever door een groot deel van zijn kiespubliek eerder beschouwd als de boodschapper of zelfs toeschouwer dan als één van de politiek verantwoordelijken. Maar hij is de premier van die regering.
Natuurlijk heeft hij de Belgische staatsschuld niet gecreëerd. Hij heeft de vergrijzing niet veroorzaakt. Hij heeft de zes staatshervormingen niet allemaal bedacht. Hij erfde een bijzonder moeilijke begrotingssituatie en bestuurt bovendien een complexe coalitie waarin iedere partij haar eigen rode lijnen heeft. Maar vanaf het ogenblik dat iemand eerste minister wordt, kan hij zich niet eeuwig achter zijn erfenis verschuilen. Regeren betekent verantwoordelijkheid opnemen voor wat men aantreft én voor wat men ermee doet.
Wanneer in september opnieuw moeilijke begrotingsbesprekingen volgen, kan De Wever dus niet uitsluitend de rol spelen van waarnemer of boodschapper. Hij is inmiddels ook de persoon die aan het stuur zit en keuzes moet maken. Maakt hij die niet of maakt hij waanzinnig slechte keuzes, hoeft De Wever niets te vrezen. Daar ligt volgens mij het Belgische democratische probleem.
Een cultuur van verantwoordelijkheid dringend nodig
We moeten opnieuw een veel strengere cultuur van politieke verantwoordelijkheid en staatsmanschap hebben. Een eerste minister moet niet alleen verantwoordelijk zijn wanneer het goed gaat en lintjes kunnen doorknippen bij successen. Hij moet ook het gezicht zijn van het falen van zijn regering.
Van Leburton tot Verhofstadt en van De Croo tot De Wever loopt één rode draad door onze politieke geschiedenis. De rekening van verkeerd beleid wordt altijd doorgeschoven naar de belastingbetaler en naar de volgende generatie. We moeten van verantwoordelijkheidszin een kernwaarde maken in onze Grondwet.
Sommige lezers beschouwen dergelijke analyse als populistisch, terwijl het gaat over onze economie, staatsschuld en onze welvaart. Beleid moet gestoeld zijn op de vooruitgang van ons land op deze cruciale domeinen. Bij wanbeleid moet het mogelijk zijn om wel op te treden tegen hen die daarvoor verantwoordelijk zijn. Dat is geen populisme, dat is realiteitszin.
Bronnen
- Belgische Grondwet, art. 96 en 101–103; Belgische Senaat / De Belgische Grondwet
- Nationale Bank van België, Analysis of policies for restoring sound Belgian public finances
- IMF, analyses van de Belgische overheidsfinanciën 1972–1982 en Article IV Consultation Belgium 2003
- OESO, Economic Surveys Belgium, historische analyses van overheidsschuld en begrotingsontwikkeling
- Europese Commissie, beoordeling Belgische overheidsfinanciën en Belgacom-pensioenfonds, 2004
- Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers en Federale Kanselarij, historische gegevens eerste ministers
- Reuters/Franse gerechtelijke berichtgeving over François Fillon; Le Monde over Alain Juppé
- Historische gerechtelijke berichtgeving over Paul Vanden Boeynants
Reacties 0
Reageren kan als abonnee. Log in met uw e-mailcode of word abonnee.
Nog geen reacties. Wees de eerste om te reageren.