Maatschappij
Stemgedrag en IQ: wat zegt intelligentie écht over politieke voorkeuren?
Hoger IQ hangt samen met minder radicalisme en meer tolerantie, maar de link met stemgedrag is complex. Onderzoek toont kleine correlaties, geen absolute waarheden.
Op sociale media circuleert regelmatig een afbeelding die suggereert dat extreemrechtse kiezers een bijzonder laag IQ zouden hebben. Die bewering is niet alleen ongefundeerd, maar vaak ook satire of desinformatie. Toch bestaat er wel degelijk wetenschappelijk onderzoek naar de relatie tussen intelligentie, opleidingsniveau, politieke overtuigingen en stemgedrag. De resultaten zijn genuanceerder dan de politieke karikaturen doen vermoeden.
Correlatie is niet oorzaak en gevolg
Wanneer we het hebben over verbanden tussen IQ en politieke voorkeuren, spreken onderzoekers meestal over correlatie. Dat is een statistisch verband tussen twee kenmerken, maar geen bewijs van oorzaak en gevolg. Een correlatie wordt aangeduid met de letter r, die loopt van –1 tot +1:
- Een waarde van 0 betekent dat er geen statistisch verband werd gevonden;
- Een positieve waarde betekent dat beide kenmerken gemiddeld samen toenemen;
- Een negatieve waarde betekent dat het ene kenmerk gemiddeld afneemt wanneer het andere toeneemt;
- Hoe dichter het cijfer bij –1 of +1 ligt, hoe sterker het verband.
Een correlatie van bijvoorbeeld –0,20 tussen IQ en extreemrechtse attitudes betekent dus dat mensen met een hoger IQ gemiddeld iets minder autoritair of conservatief zijn. Maar dat zegt niets over individuele kiezers. Binnen elke politieke stroming bestaan mensen met lage, gemiddelde en hoge intelligentie.
Extreemrechts: een lichte correlatie met lager IQ
Een grote meta-analyse van Emma Onraet en andere onderzoekers bundelde 67 studies met in totaal ongeveer 84.000 deelnemers. Zij vonden een gemiddelde correlatie van ongeveer –0,20 tussen IQ en rechts-autoritaire of sterk conservatieve attitudes. Dat is een zeer lichte invloed: intelligentie verklaart slechts ongeveer 4% van de variatie in deze politieke opvattingen.
Deze bevinding rechtvaardigt niet de uitspraak dat rechtse of extreemrechtse mensen dom zouden zijn. Het toont vooral aan dat mensen met een hoger IQ gemiddeld iets minder vatbaar lijken voor autoritarisme en radicalisering. Toch blijft het belangrijk om te benadrukken dat deze correlatie zwak is en geen individuele voorspelling mogelijk maakt.
Economisch rechts: een kleine positieve correlatie met IQ
Wanneer onderzoekers zich richten op economische overtuigingen – zoals vertrouwen in de markt, kritiek op overheidsingrijpen of terughoudendheid bij inkomensherverdeling – vinden ze een kleine positieve correlatie van 0,07 tussen IQ en economisch liberale opvattingen. Dat betekent dat mensen met een hoger IQ gemiddeld iets vaker economisch rechtse standpunten innemen. Toch is ook deze correlatie zo zwak dat ze nauwelijks betekenis heeft: slechts 0,5% van de variatie in economische opvattingen wordt verklaard door IQ.
Deze bevindingen tonen aan dat de relatie tussen intelligentie en politieke voorkeuren complex is. Niet elke vorm van ‘rechts’ is hetzelfde. Een liberale marktdenker kan tegelijkertijd sociaal-liberaal zijn, terwijl een autoritair conservatief juist economisch protectionistisch kan zijn.
Radicaal-links: geen eenduidig verband met opleidingsniveau
Traditioneel haalden communistische partijen veel stemmen bij arbeiders en mensen met een lager inkomen. Maar het moderne radicaal-linkse electoraat bestaat uit een veel diversere groep: studenten, academici, leerkrachten, ambtenaren en ontevreden kiezers die het bestaande systeem willen afwijzen. Europees onderzoek vindt dan ook geen consequent verband tussen opleidingsniveau en stemmen voor radicaal-links.
Dit betekent niet dat opleiding en IQ geen rol spelen. Wel toont het aan dat radicaal-links verschillende groepen aantrekt:
- praktisch geschoolde werknemers die meer sociale bescherming en herverdeling verlangen;
- jongeren en studenten met idealistische overtuigingen;
- hoogopgeleide docenten die zich sterk maken voor gelijkheid, klimaat en sociale rechtvaardigheid;
- ontevreden kiezers die het economische systeem willen afwijzen.
We kunnen dus niet stellen dat communistische kiezers gemiddeld dommer zijn. Wel kunnen we vaststellen dat eenvoudige oplossingen – zoals ‘de rijken laten betalen’ of ‘bedrijven nationaliseren’ – aantrekkelijk zijn omdat ze complexe problemen herleiden tot één schuldige of één eenvoudige oplossing. Zulke verklaringen trekken zowel ongeschoolde als geschoolde kiezers aan.
Populisme en IQ: een duidelijke link
Onderzoek uit 2024 toonde aan dat mensen die lager scoorden op IQ-testen gemiddeld sterkere populistische trekken vertoonden. Populisme komt zowel links als rechts voor, maar de tegenstander wordt anders gedefinieerd:
- Bij radicaal-links gaat het vaak over de rijke klasse, het kapitalisme of de financiële elite;
- Bij radicaal-rechts gaat het vaker over de politieke elite, immigranten of andere externe groepen.
Deze bevindingen tonen aan dat intelligentie een rol speelt in de vatbaarheid voor simplistische verklaringen en dogmatisme. Toch betekent dit niet dat alleen laagopgeleiden vatbaar zijn voor populisme. Ook hoogopgeleiden kunnen populistische standpunten innemen, bijvoorbeeld uit onvrede met migratie, veiligheid of de Belgische staatsstructuur.
Extreemrechts in Vlaanderen: een lagere gemiddelde opleiding
In Vlaanderen zien we een duidelijke onderwijskloof bij radicaal-rechts. Onderzoek rond de verkiezingen van 2024 toonde aan dat Vlaams Belang-kiezers vaker dan andere kiezers het middelbaar onderwijs niet volledig hadden afgerond. Het opleidingsprofiel van de N-VA-kiezer week daarentegen niet opvallend af van dat van de gemiddelde Vlaamse kiezer.
Dit verschil is belangrijk. Het toont waarom we centrumrechts en extreemrechts niet in dezelfde statistische zak mogen stoppen. Een lager gemiddeld scholingsniveau betekent niet dat alle Vlaams Belang-kiezers laaggeschoold zijn. De partij telt ook ondernemers, zelfstandigen en universitairen die mogelijk uit protest of onvrede stemmen.
Wie iedere extreemrechtse kiezer als dom wegzet, maakt zelf een intellectuele fout. Hij verwart een groepsgemiddelde met het oordeel over een individu.
Centrumrechts: hoger IQ, maar geen wet van Meden en Perzen
Sommige studies vinden dat mensen met een hoger IQ vaker naar het politieke centrum of centrumrechts neigen. Een onderzoek van Rindermann en collega’s vond dat hogere intelligentie samenhing met gematigder politieke opvattingen en in bepaalde steekproeven met een voorkeur voor het centrum of centrumrechts.
Brits onderzoek vond ooit de hoogste gemiddelde cognitieve scores bij kiezers van de toenmalige centrumliberale Liberal Democrats, gevolgd door de Conservatieven en Labour. De laagste gemiddelde score werd gevonden bij de radicaalrechtse British National Party. Zulke partijvergelijkingen zijn echter afhankelijk van land, periode en partijprogramma. Ze kunnen niet zomaar naar België worden overgezet.
Europees onderzoek toont dat werkgevers en managers relatief vaak centrumrechts stemmen. Socioculturele beroepen stemmen dan weer vaker voor progressief-links. In verschillende landen behoren sociaal-liberale partijen zelfs tot de partijen met het grootste aandeel universitairen.
Toch is er een verdedigbare hypothese dat mensen met sterke analytische vaardigheden relatief vaak uitkomen bij een combinatie van maatschappelijke tolerantie, begrotingsdiscipline, markteconomie en institutionele gematigdheid. Politiek vertaalt dat zich in een liberale centrum- of centrumrechtse positie.
Een diploma beschermt niet tegen politieke dwaasheid
De meest verkeerde conclusie zou zijn dat alleen laaggeschoolden vatbaar zijn voor extremisme. De geschiedenis toont het tegenovergestelde. Communistische dictaturen, fascistische regimes en totalitaire bewegingen werden niet alleen gedragen door arbeiders of ongeschoolden. Zij beschikten over academici, juristen, schrijvers, ingenieurs, artsen en professoren die hun ideologie intellectueel rechtvaardigden.
Hoger opgeleiden zijn doorgaans beter in het formuleren van argumenten. Dat betekent echter niet noodzakelijk dat zij hun eigen overtuigingen kritischer beoordelen. Intelligentie kan ook worden gebruikt om vooroordelen achteraf met ingewikkelde redeneringen te verdedigen. Een slim mens kan dus beter zijn in het bedenken van argumenten waarom hij gelijk heeft, zonder daarom werkelijk meer open te staan voor de mogelijkheid dat hij ongelijk heeft.
Conclusie: geen eenvoudige rangschikking mogelijk
Het beschikbare onderzoek laat geen eenvoudige rangschikking toe waarbij we iedere politieke partij een gemiddeld IQ kunnen toekennen. Wel kunnen we enkele algemene conclusies trekken:
- Hoger IQ hangt gemiddeld samen met meer maatschappelijke tolerantie en minder autoritarisme;
- Op economisch gebied vinden sommige onderzoeken een klein verband met marktgerichte en gematigd rechtse overtuigingen;
- Intelligentere mensen lijken gemiddeld iets minder vatbaar voor radicalisering, dogmatisme en simplistische verklaringen;
- Daardoor belanden zij vaker bij gematigde partijen, soms centrumlinks, soms centrumrechts.
Politieke wijsheid begint uiteindelijk niet bij een diploma of een IQ-score, maar bij de bereidheid om ingewikkelde feiten onder ogen te zien, tegenargumenten ernstig te nemen en te erkennen dat geen enkele partij of ideologie het alleenrecht op de waarheid bezit.
Bronnen
- Onraet, E. e.a., The Association of Cognitive Ability with Right-Wing Ideological Attitudes and Prejudice: A Meta-Analytic Review, European Journal of Personality: https://journals.sagepub.com/doi/10.1002/per.2027
- Jedinger, A. & Burger, A., Do Smarter People Have More Conservative Economic Attitudes?, Personality and Social Psychology Bulletin: https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC9548663/
- Attewell, D., Redistribution Attitudes and Vote Choice Across the Educational Divide, European Journal of Political Research: https://www.cambridge.org/core/journals/european-journal-of-political-research/article/redistribution-attitudes-and-vote-choice-across-the-educational-divide/AF448909E8123B3B67CE925B001A2CAE
- Stockemer, D. e.a., Individual Predictors of the Radical Right-Wing Vote in Europe: A Meta-Analysis: https://www.cambridge.org/core/journals/government-and-opposition/article/individual-predictors-of-the-radicalrightwing-vote-in-europe-a-metaanalysis-of-articles-in-peerreviewed-journals-19952016/9FB2590C6447C79A732A45DEB59B0AFB
- Rindermann, H., Flores-Mendoza, C. & Woodley, M., Political Orientations, Intelligence and Education: https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0160289611001425
- Hunter, A., The Populist Impulse: Cognitive Reflection, Populist Attitudes and Candidate Preferences, Electoral Studies: https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0261379424001264
- Rollwage, M., Dolan, R. & Fleming, S., Metacognitive Failure as a Feature of Those Holding Radical Beliefs, Current Biology: https://www.cell.com/current-biology/fulltext/S0960-9822(18)31420-9
- Steiner, N. e.a., Class Voting for Radical-Left Parties in Western Europe: https://journals.sagepub.com/doi/10.1177/13540688231174798
- Oesch, D. & Rennwald, L., Electoral Competition in Europe’s New Tripolar Political Space: https://www.cambridge.org/core/journals/european-journal-of-political-research/article/electoral-competition-in-europes-new-tripolar-political-space-class-voting-for-the-left-centreright-and-radical-right/C95AA138D89B56E10BF0E98E55B48653
- Vlaams kiezersonderzoek, profiel van N-VA- en Vlaams Belang-kiezers in 2024: https://stukroodvlees.nl/plaatjes-van-de-vlaamse-electoraatjes-n-va-en-vlaams-belang/
Reacties 0
Reageren kan als abonnee. Log in met uw e-mailcode of word abonnee.
Nog geen reacties. Wees de eerste om te reageren.