Economie
75 nieuwe Volvo-fabrieken. Gratis en voor niets
De Vlaamse regering gunde Volvo Cars Gent 119 miljoen euro subsidies. Maar waarom zou het deze keer wel lukken, terwijl eerdere reddingsoperaties faalden? België kan beter kiezen voor een arbeidsmarktbeleid dat werkt.
De Vlaamse regering gunde zichzelf onlangs een applausmoment. Volvo Cars Gent krijgt 119 miljoen euro aan subsidies. Jobs gered, industrie beschermd, de toekomst veiliggesteld. Althans, dat is het verhaal.
Maar we kennen dit verhaal ondertussen. Renault Vilvoorde. Opel Antwerpen. Ford Genk. Audi Vorst. Telkens volgden subsidies, steunmaatregelen en reddingsplannen. Telkens werd beloofd dat de werkgelegenheid veiliggesteld was. En telkens bleek de economische realiteit uiteindelijk sterker dan de politieke ambitie.
Waarom zou het deze keer anders zijn?
De valkuil van de subsidiepolitiek
Begrijpelijk is het zeker. Voor politici is een fabriekssluiting een regionaal of zelfs nationaal trauma. Duizenden gezinnen worden rechtstreeks getroffen. De druk om in te grijpen is enorm. Een subsidie biedt dan een dankbaar antwoord. Politici kunnen naar buiten komen met de boodschap dat zij gevochten hebben voor de jobs van de mensen.
Dat klinkt goed. Helaas betekent het nog niet dat het ook werkt.
Er zit bovendien een opmerkelijke ironie in dit verhaal. Europa en Vlaanderen waarschuwen voortdurend voor de oneerlijke Chinese staatssteun die onze industrie zou ondermijnen. Tegelijkertijd keuren dezelfde overheden subsidies goed voor Volvo, een bedrijf dat eigendom is van Geely. Wanneer China zijn industrie ondersteunt, noemen wij dat marktverstoring. Wanneer wij hetzelfde doen, spreken we over strategisch industriebeleid. De economische logica blijft nochtans identiek.
Denemarken toont de weg
Misschien moeten we daarom eens kijken naar een land dat een andere weg heeft gekozen. Denemarken. Net als België een kleine, open economie die afhankelijk is van internationale handel. Maar het beleid verschilt fundamenteel.
De Deense werkloosheidsuitkeringen zijn relatief genereus, maar niet onbeperkt. De pensioenleeftijd is gekoppeld aan de levensverwachting en werd in 2025 verder opgetrokken naar 70 jaar vanaf 2040. Daarmee krijgt Denemarken de hoogste wettelijke pensioenleeftijd van Europa.
Het resultaat mag gezien worden. Volgens Statbel bedroeg de werkzaamheidsgraad in België in 2025 slechts 72,8%. Dat betekent dat meer dan één op vier mensen tussen 20 en 64 jaar niet werkt. Denemarken zit daar aanzienlijk boven. De Deense werkzaamheidsgraad schommelt rond de 80%.
Dat verschil lijkt op papier beperkt: amper zeven procentpunten. Maar vermenigvuldigd over de Belgische bevolking op arbeidsleeftijd gaat het om ongeveer 475.000 extra mensen aan het werk.
Laat dat cijfer even bezinken.
475.000 extra werkenden.
Ter vergelijking: Volvo Cars Gent stelt ongeveer 6.500 mensen rechtstreeks te werk. De kloof tussen België en Denemarken komt dus overeen met zowat 75 Volvo-fabrieken.
Vijfenzeventig.
Wanneer enkele duizenden werknemers hun baan dreigen te verliezen, haalt dat terecht de voorpagina’s. Het wordt een nationaal drama. Wanneer bijna een half miljoen mensen niet actief zijn op de arbeidsmarkt, verdwijnt dat in statistieken en beleidsnota’s.
Nochtans ligt precies daar de grootste economische opportuniteit van ons land.
Meer mensen aan het werk: de sleutel tot groei
Meer mensen aan het werk betekent meer economische groei, meer belastinginkomsten en minder uitgaven aan sociale uitkeringen. Het betekent ook dat de lasten op arbeid eindelijk kunnen dalen.
Vandaag behoort België nog steeds tot de landen met de hoogste belastingdruk op arbeid ter wereld. Dat maakt werken duur voor werkgevers en minder lonend voor werknemers. Meer mensen aan het werk krijgen is daarom niet alleen economisch verstandig, maar ook sociaal rechtvaardig.
Want een samenleving waarin meer mensen bijdragen, kan zich permitteren om minder af te nemen van wie werkt.
Daarom is een streng maar rechtvaardig arbeidsmarktbeleid uiteindelijk ook het meest sociale beleid. Het beloont inspanningen, vergroot de kansen op zelfredzaamheid en zorgt ervoor dat mensen meer overhouden van hun eigen arbeid.
Subsidies versus hervormingen
Subsidies zijn gemakkelijk. Hervormingen zijn moeilijk.
Subsidies leveren onmiddellijke krantenkoppen op. Hervormingen leveren vaak pas jaren later resultaten op. Subsidies worden beloond met applaus. Hervormingen met protest.
Voor politici die vooral naar de volgende verkiezingen kijken, is de keuze dan ook snel gemaakt.
Maar voor een land dat vooruit wil, zou die keuze net omgekeerd moeten zijn.
België kan blijven doen wat het al decennialang doet: subsidies uitdelen aan bedrijven die kreunen onder hoge belastingen, hoge loonkosten en een te kleine actieve bevolking. Tot die bedrijven uiteindelijk toch vertrekken.
Of België kan kiezen voor een ander model. Een arbeidsmarktbeleid dat werken stimuleert. Een pensioenbeleid dat rekening houdt met de demografische realiteit. Een migratiebeleid dat integratie via werk centraal stelt.
Dat levert misschien geen applaus op tijdens een persconferentie.
Maar het levert wel iets veel waardevollers op: 475.000 extra mensen aan het werk.
Of, anders gezegd: 75 nieuwe Volvo-fabrieken.
En daarvoor zijn geen subsidies nodig.
Wel politieke moed.
Bronnen
- Statbel: werkzaamheidsgraad België 20-64 jaar bedroeg 72,8% in 2025.
- Federale indicatoren duurzame ontwikkeling: Belgische werkzaamheidsgraad bedroeg 72,3% in 2024; doelstelling 80%.
- Deens parlement verhoogde pensioenleeftijd naar 70 jaar vanaf 2040.
- OECD Economic Survey Denmark 2026: Denemarken behoort tot de landen met de hoogste werkzaamheidsgraad van Europa.
- OECD Employment Statistics 2025-2026.
- Berekening 475.000 extra werkenden gebaseerd op verschil tussen Belgische werkzaamheidsgraad (72,8%) en Deense werkzaamheidsgraad (ongeveer 80%) toegepast op de Belgische bevolking op arbeidsleeftijd.
Reacties 0
Reageren kan als abonnee. Log in met uw e-mailcode of word abonnee.
Nog geen reacties. Wees de eerste om te reageren.