Economie
Van Wetteren tot Dendermonde: hoe ik in 1997 mijn vastgoedkantoor startte
In 1997 opende ik mijn eerste vastgoedkantoor in Dendermonde met weinig middelen, maar veel ambitie. Een verhaal over doorzettingsvermogen, lage tarieven en de strijd tegen concurrentie.
Na een leerrijke stage in Zeebrugge droomde ik ervan om een eigen vastgoed- en syndicuskantoor te starten. De concurrentie aan de kust was te groot, dus richtte ik mijn blik op Oost-Vlaanderen, waar een groot deel van mijn familie woonde. Tijdens een prospectietocht viel mijn oog op Wetteren. Tot mijn verbazing stond daar op dat moment geen enkele vastgoedmakelaar gevestigd. Ik wandelde een halfuur door het centrum en noteerde maar liefst dertig woningen met een privébordje ‘Te Koop’ of ‘Te Huur’. Vandaag is dat haast ondenkbaar: in de meeste gemeenten zie je nog hooguit één of twee particuliere verkoopborden. Vrijwel alle eigenaars worden tegenwoordig benaderd door makelaars.
Mijn vader overtuigde me om mijn kans te wagen in zijn stad: Dendermonde. Uiteindelijk vond ik op de Oude Vest een klein handelspand dat ik kon huren van een vriendelijke gepensioneerde dame. Met een minimum aan meubilair, een telefoon en een eenvoudige etalage opende ik in 1997 mijn eerste vastgoedkantoor. De middelen waren beperkt, maar mijn enthousiasme was des te groter.
Zes dagen per week, van ’s ochtends negen tot ’s avonds negen
Als jonge makelaar slaagde ik er vrij gemakkelijk in om panden in portefeuille te krijgen. Ik werkte zes dagen op zeven, van negen uur ’s ochtends tot negen uur ’s avonds. Tijdens de kantooruren was ik permanent aanwezig op kantoor. ’s Middags en ’s avonds reed ik van afspraak naar afspraak om woningen te bezoeken of bezichtigingen te begeleiden. Het waren lange dagen, maar ik had het gevoel dat elke opdracht een investering was in mijn toekomst.
In het begin hielp mijn vader af en toe mee, maar hij besefte al snel hoe zwaar het beroep werkelijk was. De publiciteitskosten waren hoog, de inkomsten onzeker en de concurrentie in Dendermonde redelijk groot. Hij koos uiteindelijk voor bouwpromotie, terwijl ik voor het makelaarschap bleef gaan.
Van 20.000 frank per maand naar een Volvo S40
Financieel waren de eerste jaren allesbehalve luxueus. Als zaakvoerder had ik aanvankelijk een inkomen van slechts 20.000 Belgische frank per maand. Dat loon steeg later naar 28.000 frank, tot de invoering van de euro. Uiteraard had ik een bedrijfswagen – een Volvo S40 – en de brandstof werd door de vennootschap betaald, maar rijk werd je daar niet van.
Om mij snel in de markt te werken, koos ik bewust voor een commissieloon van slechts 2% + btw. Dat lag lager dan de toen gebruikelijke 3% + btw. Niet iedereen kon die prijsstrategie appreciëren. Al vrij snel kreeg ik een klacht en moest ik mij in Brussel verantwoorden. Vandaag klinkt dat bijna onvoorstelbaar. Intussen heeft de Europese regelgeving bevestigd dat makelaarstarieven vrij zijn en elke vastgoedmakelaar zijn tarieven zelf mag bepalen.
Ruim 25 jaar later: dezelfde filosofie
Ruim een kwarteeuw later ben ik die filosofie trouw gebleven. Ik geloof nog steeds dat een vastgoedmakelaar niet noodzakelijk de duurste moet zijn om kwaliteit te leveren. Een correcte vergoeding, een persoonlijke aanpak, een grote bereikbaarheid en een professionele dienstverlening vormen volgens mij de beste combinatie.
Reacties 0
Reageren kan als abonnee. Log in met uw e-mailcode of word abonnee.
Nog geen reacties. Wees de eerste om te reageren.